woensdag 18 april 2018

La Superba: een gelukzoeker op zoek naar een nieuw thuisland


In zijn roman Superba beschrijft Ilja Leonard Pfeijffer de zoektocht van een obsessieve man naar het mooiste meisje van Genua. Het boek is bewerkt tot een spannend en muzikaal theaterstuk over dromers en gelukszoekers.

Dat artistiek leider Servé Hermans de roman van Ilja Leonard Pfeijffer ooit zou gaan regisseren, stond eigenlijk al na de eerste lezing vast: "Ik vond het een fantastisch boek. Ilja Leonard Pfeijffer schrijft monumentale zinnen en ook het thema vond ik erg mooi: een gelukzoeker die op zoek is naar een nieuw thuisland." Die gelukzoeker in de roman betreft een Nederlandse schrijver die in Genua inspiratie wil opdoen, omdat hij genoeg heeft van "het platgeslagen land, de kortingskaarten, het goed onderhouden asfalt en de blonde meisjes die hun fiets roze spuiten".

copyright: Ben Van Duin
In de Italiaanse stad ontmoet hij vele andere gelukszoekers, zoals de rozenverkoper, de illegaal en de alcohollist."Het zijn heel verschillende types, maar allemaal met dezelfde verwachtingen en dromen van een nieuw en beter leven." Om toestemming te krijgen voor zijn toneelbewerking ging Hermans, samen met de acteurs Angela Schijf, Wim Opbrouck en Michel Sluysmans, op bezoek bij de in Genua woonachtige Pfeijffer. "Op de bovenste verdieping van een hotel hebben we het hem voorgelezen, dat was wel bijzonder. Zelf speelde hij ook nog een rol, en dat deed hij met een ronkende stem haha. Gelukkig vond hij het een intelligente bewerking en kregen we zijn zegen."

Mens zijn tussen de mensen


Mens is het eerste Nederlandstalige album van Wende. Wat begon als theaterconcert, is uitgegroeid tot een volwaardige cd. “De onrust blijft er inzitten, maar Mens heeft me wel geworteld.”

Het is niet voor het eerst dat de zangeres zich waagt aan Nederlandstalig repertoire. Op de kleinkunstacademie zong ze al Nederlandse liedjes en op haar tweede album staan er ook vier, waaronder een duet met Huub van der Lubbe. Regelmatig zingt ze de evergreen ‘Mens durf te leven’. En vrij onlangs coverde Wende bij DWDD ‘Als de liefde niet bestond’ van Toon Hermans. Maar een heel album met Nederlandstalige liedjes maakte ze niet eerder.

Wat deed je besluiten om dat nu wel te doen?
“Ik kreeg opeens de behoefte om in het Nederlands te schrijven en te zingen. Dat gevoel ontstond toen ik na aan het denken was over de vraag: ‘Waar hoor ik eigenlijk thuis?’. Ik heb in mijn leven op veel plekken gewoond waar ik verschillende talen heb geleerd. Zo zat ik op een Amerikaanse school in Indonesië en op een Franse school in Afrika. Maar ik ben Nederlandse en ik woon hier, dus wilde ik me ook eens in het Nederlands uitdrukken.”

Een pijnlijk komisch familiedrama


Na de verfilming van de succesroman 'Vele hemels boven de zevende' van de Belgische schrijfster Griet op de Beeck is er nu ook een theaterbewerking, op 28 februari te zien in De Flint. De regisseur is Ursul de Geer.

Vanavond is in Stadskanaal de derde try out. De reacties tot dusver zijn veelbelovend: "De zaalbezetting is rond de zeventig procent en er wordt meer gelachen dan ik had gedacht. Dat mensen ontroerd zouden raken, wist ik al," vertelt De Geer. De try outs bieden hem de mogelijkheid om nog het een en ander te finetunen: "Ik heb er nog een scène uitgehaald en twee stiltes toegevoegd. We doen er alles aan om de impact zo groot mogelijk te maken."

Het idee voor de toneelbewerking van de succesroman van Griet op de Beeck is afkomstig van Bos Theaterproducties. "Leon van der Sanden, met wie ik eerder samenwerkte voor 'De Aanslag' en 'Haar naam was Sarah', vroeg me om dit boek te bewerken. Vervolgens ben ik gaan kijken naar de theatrale waarde ervan." De Geer karakteriseert de roman als een "pijnlijk komisch familiedrama". Het boek verhaalt over vijf uiteenlopende mensen die, in meerdere of mindere mate, met zichzelf in de knoop liggen. "Ze zijn er allemaal de dupe van dat ze niet met elkaar praten en alles onder het vloerkleed stoppen. De een redt het niet, de ander gaat het opperste geluk tegemoet," vertelt De Geer.

dinsdag 3 april 2018

Beleving 


Vanaf rij drie in de Nieuwe Kerk van Delft konden mijn vriendin en ik de Matthäus-Passion, in de uitvoering van het Bachkoor Holland, van zeer nabij aanschouwen. Het heeft zo zijn voordelen om af en toe iets voor de krant te schrijven. Vanwege een verkeersinfarct rondom Rotterdam waren we bijna te laat, en al kauwend op een inderhaast gekocht broodje spoedden we ons naar de prachtige kerk. Gelukkig stond daar een rij van zo'n 50 meter, dus de stress bij binnenkomst en aanvang van het oratorium viel uiteindelijk mee. Het was zeer imponerend om dat prachtige muziekstuk op slechts enkele meters afstand uitgevoerd te zien worden. Je ziet het als het ware voor je neus ontstaan. Na afloop vroeg ik enkele bezoekers naar hun ervaring. Ik ben iedere keer weer verbaasd hoe nauwgezet sommige mensen hun beleving van wat ze net zagen en/of hoorden onder woorden kunnen brengen. De favoriete aria's van de avond kwamen er moeiteloos uit. Buß und Reu werd genoemd, en Erbarme dich natuurlijk. Die zou ik waarschijnlijk ook genoemd hebben. Omdat hij erg mooi is, maar ook omdat het de enige zou zijn die me zo snel te binnen zou schieten.


Een andere route


Ik werd gevraagd om Anita Meyer te interviewen over een tribute-middag ter ere van
Hans Vermeulen. Ze zou er zelf ook optreden. De zanger/componist van Sandy Coast, waar Anita Meyer veel aan te danken heeft, overleed eind vorig jaar plots in Thailand. Allerlei muzikanten die op de een of andere manier een connectie met hem hadden, gaan in in Zoetermeer zijn liedjes spelen. Leek me best een leuke opdracht, al zijn er dagen dat ik Anita Meyer niet draai. Sterker nog: ik heb niks met haar muziek. 'Why tell me, why' vond ik toentertijd een geinig liedje (ik was 12 jaar), maar daar blijft het wel bij. Oh ja, ook nog dat nummer natuurlijk dat haar doorbraak betekende in 1976. Geschreven door Hans Vermeulen, die zelf ook meespeelt en meezingt. Een van mijn vroegste muzikale herinneringen. Dus ik heb toch wel iets met haar. Het werd dan ook een leuk gesprek.

 

maandag 19 maart 2018

Herontdekt


Ik ga proberen de komende tijd weer eens wat korte stukjes te plaatsen over muziek. Dat was ook de oorspronkelijke bedoeling van dit blog, maar de laatste tijd kwam het er niet meer van. En het is wel zo leuk om te schrijven over muzikale ontdekkingen of herinneringen, en dan niet alleen in de vorm van een interview of een achtergrondartikel. Bijvoorbeeld over The Dead Brothers, een band die ik deze week herontdekt heb. Via Facebook kreeg ik de melding van hun optreden in dB's komende zaterdag. Het was alweer een tijdje geleden dat ik ze voor het laatst beluisterd had. Er bleek zowaar een nieuw album uit te zijn van dit nogal obscure gezelschap uit Zwitserland. Ik zag ze een paar keer live, de laatste keer is alweer een jaar of dertien geleden. Maar de maffe optredens van de band zijn me wel bijgebleven. Vanwege de muziek natuurlijk: een bonte mix van Waitsiaanse ketelmuziek en volksmuziek uit allerlei contreien, gezongen in het Engels, Frans en Duits. Maar zeker ook door bizarre acts die ze opvoerden, met voorman Alain Croubalian, alias Dead Alain, voorop. Zaterdag ga ik ze dus opnieuw aanschouwen. Ik heb gelijk ook maar even een interview aangevraagd.

 

maandag 5 maart 2018

Noa 't zuuje


De meningen in den lande zijn verdeeld over carnaval, zo blijkt elk jaar weer. Een treurige bedoening met rare hoedjes en (veel te) veel bier, zegt de criticaster. Een verbindend, warmbloedig en feestelijk gebeuren dat te snel voorbij is, zo vindt de fervente Vasteloavend-vierder. Een kort relaas over een voorzichtige, hernieuwde kennismaking.


Een behoorlijk aantal jaren (zo tussen mijn 10e en 22e jaar) heb ik me met veel genoegen gelaafd aan het Venlose Vasteloavend. Toen ik verhuisde naar een andere stad kwam het er nog maar zelden van. Aangemoedigd door die prachtige documentaire 'Noa het Zuuje' besloot ik dit jaar weer eens een poging te wagen. En dus toog ik samen met mijn niet-Limburgse vriendin, die nieuwsgierig was geworden naar deze Zuid-Nederlandse traditie, en in de auto onderweg tot mijn vrolijke verbazing een Spotify-playlist met Jocus-liedjes uit de hoge hoed toverde, noa 't zuuje. 

Het plan was om mijn in Baarlo woonachtige moeder (bijna 80 jaar) over te halen om mee te gaan naar de stad. Maar zij liep niet over van enthousiasme. Op zondag was er niks te doen in Venlo, zo zei ze. Bovendien was het koud en regenachtig. Volgend jaar was misschien een optie, maar dan wel op maandag: de dag van de grote optocht. Na het beluisteren van een paar stokoude, enigszins nostalgisch stemmende carnavalsplaten en het nodige gedraal besloten we om toch maar even te gaan kijken. Mijn moeder weigerde verkleed te gaan, ikzelf zette voor de zekerheid een hoedje op. Hetzelfde hoedje als 20 jaar geleden.