maandag 6 november 2017

Twee generaties Crossing Border


Crossing Border bestaat 25 jaar. Vader en zoon Behre kijken terug op de geschiedenis van het Haagse muziek- en literatuurfestival. "Schrijvers willen vaak in het diepst van hun hart een muzikant zijn, en vice versa."


De man van het eerste uur, Louis Behre, woont momenteel in Drenthe. "Maar ik ben nog lang niet met pensioen hoor. Ik kom nog iedere week een of twee dagen in Den Haag," vertelt hij monter. Tijdens de eerste editie van Crossing Border, in 1993, had Behre nooit kunnen bevroeden dat het festival 25 jaar later nog zou bestaan, laat staan zo zou floreren. "Het vond toen plaats in een kraakpand, zonder elektriciteit. Na elke tien nieuwe bezoekers rende ik naar de kleedkamer om de volgende artiest uit te betalen." Op het eerste affiche van Crossing Border prijkten de namen van o.a. Herman Brood, Sonic Youth en Jules Deelder.

Dat Louis Behre een festival opzette waarbij de inbreng van muziek en literatuur gelijkwaardig is, kent een eenvoudige reden: "Ik kon niet kiezen tussen beide genres, dus daarom koos ik ze maar allebei." Enthousiast vertelt hij over de beginjaren: "Soms sliepen artiesten met twee of drie man op een hotelkamer. Maar ze kwamen allemaal hoor. Met een mooie brief nodigde ik ze persoonlijk uit."

Schaken op school


Een bezoek aan het Hoogovens Schaaktoernooi, dat begin 2016 een dag neerstreek in het Utrechts Spoorwegmuseum, bracht Henk ten Hoeve van basisschool Het Schateiland op het idee om schaken meer onder de aandacht te gaan brengen op basisscholen. 

Met name de daar vertoonde film "De Droomvermenigvulderaar", over een schaakschool in de Indische Buurt in Amsterdam, inspireerde hem tot dit initiatief. Samen met Anne-Marie Benschop (voormalig Nederlands kampioen schaken) begon Ten Hoeve schaaklessen te organiseren op zijn school in Kanaleneiland, waarvan een groot deel (zo'n 90 procent) van de kinderen een immigratieachtergrond heeft. "Ook bij deze groep slaat het schaken aan. Het mooie van schaken is dat het wereldomvattend is en dat iedereen het kan spelen. Mondeling taalgebruik is niet belangrijk."

Door het organiseren van schaaklessen hoopt Ten Hoeve de interactie, en ook de integratie in zijn buurt te verbeteren. "Schaken kan vanaf vier jaar tot hoogbejaard. Als kinderen met hun oom, tante of buurman gaan schaken, kan er tussen de verschillende generaties een goede interactie ontstaan." En ziet hij al succes in Kanaleneiland? "Ja het werkt, maar het gaat heel langzaam. Het is een kwestie van lange adem." Om kinderen niet alleen op school, maar ook thuis te laten schaken, organiseerde Ten Hoeve voor hun moeders eveneens schaaklessen. En vanaf januari 2018 wordt het schaken zelfs, vanaf groep 4, een verplicht lesonderdeel op het Schateiland.

Een klein lied voor een groot drama


Aangezien er na haar vondst al zoveel mooie teksten en gedichten waren gemaakt, twijfelde singer-songwriter Siebe Palmen lang of hij een lied zou schrijven voor Anne Faber. "Het droeg ook bij aan mijn eigen verwerkingsproces."


Er kwamen vele positieve reacties op het ingetogen liedje, getiteld 'Verdwijnen'. "Ja, dat is erg tof natuurlijk. Ook de familie en vrienden van Anne vonden het heel mooi." Zo mooi zelfs dat Palmen zijn lied mocht voordragen tijdens Anne's uitvaart van afgelopen vrijdag. "Dat was heel bijzonder en intens. Ik vond het fijn om deze laatste eer aan Anne te kunnen bewijzen."

Palmen kende Anne Faber van het Louis Hartlooper Complex, waar ze collega's waren. "We waren niet heel close, maar soms deden we een naborrel samen. Anne kon goed ouwehoeren, maar ze was ook heel lief. Bovendien kon ze hard werken en was ze er altijd voor collega's. Ze was een mooi mens."

Van het putje naar het podium


Over zijn jaar leven op straat schreef Wim Eickholt het boek 'Wat ik nou toch heb meegemaakt.' Inmiddels heeft hij weer een eigen woning en is hij van de drank af bovendien. "Ik vind mezelf een leuker mens geworden."

Het glas bier op zijn tafeltje bij het terras van café Markzicht voorspelt weinig goeds. "Het is alcoholvrij hoor," zegt Eickholt lachend. In zijn mindere periode nam hij nochtans behoorlijk in. Dagelijks consumeerde hij zo'n zes liter rosé, vaak nog gevolgd door een fles whisky of wodka. "Ik leefde op sigaretten en drank. Voor de vorm kocht ik yoghurtjes, maar die gooide ik weg."

Lange tijd functioneerde Eickholt, zo zegt hij zelf, naar behoren. Wanneer begon de drank problematisch te worden? "Dat weet ik niet precies. Misschien toen ik thuis kwam te zitten na mijn ontslag (Eickholt was groepsmentor bij moeilijk lerende kinderen). Of het moment dat Vera verdween. Toen was er geen enkele rem meer."

woensdag 18 oktober 2017

"Flamenco is armoede en tragiek, maar ook het grote geluksgevoel"


 Met de voorstelling 'Patrias' staat flamencogitarist Paco Peña zondag in De Flint in Amersfoort. De meester van de flamenco zet de Spaanse Burgeroorlog en de Spaanse dichter/toneelschrijver Federico García Lorca hierin centraal.


De invloed van Lorca (1898-1936) op het Spaanse culturele erfgoed is evident, beaamt ook de 'koning van de flamenco', Paco Peña: "Lorca was niet alleen een uitermate inspirerende intellectueel, maar hij heeft ook grote invloed gehad op de flamenco. Hij componeerde zelf muziek en speelde gitaar en piano." Vanwege zijn linkse karakter (en waarschijnlijk ook als gevolg van zijn openlijke homoseksualiteit) werd Lorca in 1938 gedood door aanhangers van Franco."Hij was pas 38 jaar oud, zijn geest zat nog boordevol mogelijkheden. Dat hij gedood is door een hersenloos iemand, is een grote tragedie."

De tragiek van de vermoorde dichter koppelt Paco Peña in zijn voorstelling 'Patrias' ("Spaans voor "Vaderlanden") aan een andere dramatische gebeurtenis uit de Spaanse geschiedenis: de burgeroorlog tussen 1936 en 1939. Aan de hand van historische filmbeelden (o.a. uit de Franse documentaire film 'Mourir à Madrid' uit 1963), en in samenwerking met muzikanten en dansers, neemt de gitarist het publiek mee terug naar het Spanje van de jaren 30. Hoe is het idee ontstaan voor dit onderwerp? "Tijdens de honderdjarige herdenking in Edinburgh van de WOI, in 2014, ben ik gevraagd om de thema's oorlog en flamenco met elkaar te verbinden. Toen kwam ik al snel uit bij mijn eigen oorlog: de Spaanse burgeroorlog."

dinsdag 17 oktober 2017

Een avondje treurnis op herhaling


Waarom zou je een succesvolle voorstelling een klein jaar later niet gewoon nog een keer programmeren? Dat is vast de (begrijpelijke) gedachtegang geweest bij Molen de Ster in Utrecht.

En dus is het vanavond wederom droefheid troef, met de voorstelling 'Wee Mij' van De Kift en de Vorlesebühne. Op een troostrijke locatie, dat wel, want de 18e eeuwse houtzaagmolen aan de Leidsche Rijn in de wijk Lombok -met een houten vloer en allerlei gezellige molenattributen her en der, én met een bar- biedt voldoende knusheid om een avondje treurnis te kunnen weerstaan.

Om beurten betreden de muzikanten van De Kift en de vier literaire voordragers het podium om de vele bezoekers onder te dompelen in meer, of minder treurige aangelegenheden. Aan de De Kift is die droefenis wel besteed natuurlijk, want op hun repertoire prijken vele treurliederen, variërend van onbestemd melancholisch tot diepdroef. Wat helpt hierbij is dat de theatrale fanfarerockband veelal put uit de Russische literatuur, voorwaar geen bron van grote vrolijkheid. En het droefgeestige geluid van de tuba werkt ook goed.

Een ode aan de schrijfmachine


Omdat er vroeger op school geklaagd werd over zijn handschrift, kochten de ouders van Ingmar Heytze een schrijfmachine. Dat was voor de Utrechtse dichter het begin van een levenslange fascinatie en verzamelwoede, die uiteindelijk resulteerden in het boek 'Tien vingers blind, een ode aan de schrijfmachine'.


Je bent met dichten begonnen op een schrijfmachine?
"Ja, mijn eerste gedicht schreef ik op een oud elektrisch exemplaar. Ik was vijftien en het was eigenlijk niet de bedoeling dat ik er gedichten op zou gaan schrijven. Hij was aangeschaft om huiswerk op te maken. Mijn ouders hadden de schrijfmachine tweedehands voor me gekocht bij een winkel in kantoorbenodigdheden, op de Amsterdamsestraatweg. Maar zodra ik al dat gezoem en geratel hoorde, was ik verkocht, en schreef ik de eerste jaren al mijn gedichten erop."

Wat was jij gaan doen als de schrijfmachine nooit was uitgevonden?
"Precies hetzelfde, maar dan een stuk minder goed leesbaar."

Had je ooit zo'n fascinatie ervoor ontwikkeld als je een leesbaar handschrift had gehad?
"Goed punt! Misschien niet. Aan de andere kant zit de aanleg voor fascinatie ook wel in me, en voor het aanleggen van verzamelingetjes. Ik heb het ook met gitaren."